Diëtist Khan

Hyperlipidemie

U bent wat u eet en denkt…

Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen. Cholesterol en vetten behoren tot een groep vetachtige stoffen die ook wel lipiden genoemd worden. In het menselijke lichaam wordt cholesterol zowel door het lichaam zelf gemaakt (endogeen cholesterol) als door de voeding geleverd (exogeen cholesterol).

Endogeen cholesterol wordt vooral in de lever, bijnieren, huid, darmweefsel, aorta en testikels gemaakt uit (overtollige) eiwitten, vetten en koolhydraten.

De lever van een volwassene maakt dagelijks ongeveer 1 gram cholesterol aan, terwijl wij via onze voeding ongeveer 0,3 gram cholesterol binnenkrijgen. De lever en andere weefsels produceren cholesterol naar gelang de behoefte van het lichaam. Van de exogene cholesterol wordt 50% opgenomen en het resterende deel via de feces uitgescheiden.

Er bestaan vier soorten lipoproteinen: HDL (hoge dichtheid lipoproteine), LDL (lage dichtheid lipoproteinen), VLDL (‘very’ lage dichtheid lipoproteïne) en Chylomicronen. VLDL en Chylomicronen bevatten meestal triglyceriden. LDL bevatten zowel triglyceriden als cholesterol. Terwijl HDL vooral cholesterol bevat.

Cholesterol speelt een belangrijke rol in ons lichaam. De aanwezigheid van cholesterol is van belang voor de ontwikkeling van de hersenen en zenuwen, het synthetiseren van vitamine D, het aanmaken van geslachts- en steroïde hormonen en het produceren van gal. In ons bloed wordt het cholesterol vervoerd door speciale eiwitten: lipoproteïnen. Wij maken onderscheid tussen goede en slechte cholesterol. In medische termen wordt het goede cholesterol HDL-cholesterol (HDL = High Density Lipoproteïne) en het slechte cholesterol LDL cholesterol (LDL = Low Density Lipoproteïne) genoemd. In het menselijke lichaam vervoert LDL namelijk 80% van het bloedcholesterol terwijl HDL 20% van het bloedcholesterol transporteert. Het HDL is opgebouwd uit lecithine (choline en inositol). Ook wordt LDL het slechte cholesterol genoemd, omdat het gevaar aanwezig is dat het LDL onderweg gemakkelijk aan de wanden van de slagaders blijft kleven en zo een vernauwing kan veroorzaken. Als het cholesterol door middel van HDL door het lichaam wordt getransporteerd, gaat het cholesterol naar de lever en wordt het daarna via de feces uitgescheiden.

Door middel van een bloedonderzoek wordt het cholesterolgehalte gemeten. De gewenste hoeveelheid cholesterol in het bloed bedraagt 3-5 mmol/liter. Het is normaal dat het cholesterolgehalte af en toe sterk schommelt . Er worden soms hoge waarden gemeten. Dit kunnen uitschieters zijn en daarom worden er 2 tot 3 bloedonderzoeken gedaan. Tussen deze bloedonderzoeken zit steeds een week.

Het cholesterolgehalte in het bloed wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). U moet nuchter zijn wanneer het triglyceridengehalte wordt gemeten. Triglyceriden zijn vetten die net als cholesterol in het bloed voorkomen. Het is het beste dat het triglyceridengehalte zo laag mogelijk is. De verhouding tussen het totale cholesterolgehalte en het HDL-cholesterolgehalte in het bloed wordt de cholesterolratio genoemd. Bij de meeste mensen is de verhouding cholesterol in het serum 70% LDL en 20% HDL. De hoogte van het cholesterolgehalte in het bloed is echter afhankelijker van de hoeveelheid verzadigde vetten dan van de hoeveelheid cholesterol in de voeding. In onderstaande tabel zijn de cholesterol- en triglyceridenwaarden in het bloed weergegeven.

Een overzicht van cholesterolgehalten in het bloed

Als het lichaam te weinig cholesterol bevat kan het niet goed functioneren. Echter, een teveel aan cholesterol is eveneens schadelijk. Het grootste gedeelte van het cholesterol wordt in de lever aangemaakt (endogeen cholesterol) en een klein gedeelte wordt uit voeding opgenomen (exogeen cholesterol). Een verhoogd cholesterolgehalte geeft op zich geen klachten. Maar als u jarenlang te veel cholesterol in uw bloed heeft, kan het zich ophopen in de wand van uw bloedvaten. Uw bloedvaten kunnen dan nauwer worden en uiteindelijk dichtslibben. Een verhoogd cholesterolgehalte geeft meer risico op het krijgen van hart- en vaatziekten, zoals een hartinfarct of een beroerte. Andere factoren die uw risico op hart- en vaatziekten kunnen vergroten zijn roken, diabetes mellitus (suikerziekte), hypertensie (hoge bloeddruk) en overgewicht. Wanneer u meer dan één risicofactor heeft, wordt de kans dat u een hart- en vaatziekte krijgt ook groter. Het cholesterolgehalte neemt toe als u veel verzadigd vet eet. Verzadigd vet zit vooral in room, boter, volle melkproducten, volvette kaas, vet vlees, koekjes, gebak en snacks. Sommige mensen hebben aanleg voor een hoog cholesterolgehalte.

Een overzicht van cholesterolgehalten in mg per portie


Bron: Nederlandse Voedingsmiddelentabel 2001

Het cholesterolgehalte kan verhoogd zijn door het eten van te veel verzadigd vet, overgewicht, diabetes mellitus, het eten van veel cholesterolrijke producten, erfelijke aanleg, een traag werkende schildklier en door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen. Het lichaam gaat meer cholesterol aanmaken wanneer er veel verzadigd vet in de voeding voorkomt. Doordat er meer cholesterol aangemaakt wordt, zal het cholesterolgehalte in het bloed stijgen. Wanneer iemand overgewicht heeft veranderen daardoor bepaalde processen in het lichaam. Hierdoor stijgt het cholesterolgehalte. Dit is vooral het geval bij mensen met veel buikvet, de zgn. appelvorm. Bij deze vorm worden het totale vetgehalte en het LDL-cholesterolgehalte hoger, terwijl het HDL-cholesterolgehalte lager wordt. Mensen met suikerziekte (diabetici) hebben een grotere kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten dan mensen zonder suikerziekte. Dit komt doordat bij deze mensen de bloedvaten al enigszins zijn aangetast door het verhoogde bloedsuikergehalte. De invloed van het eten van cholesterolrijke voedingsmiddelen is minder groot dan die van het eten van voedingsmiddelen die rijk zijn aan verzadigde vetten. Het is echter niet verstandig om veel cholesterolrijke voedingsmiddelen te nuttigen. In sommige families komt een verhoogd cholesterolgehalte voor. Dit wordt erfelijke hypercholesterolemie genoemd. Als dit bij u het geval is, is het verstandig om dit aan uw huisarts te melden. Vaak werkt een dieet dan onvoldoende en worden er naast een dieet ook cholesterolverlagende medicijnen voorgeschreven. In de voeding is vet een belangrijke energiebron voor ons lichaam en sommige vetten bevatten de onmisbare vitamines A, D, E en K. Er zijn twee soorten vet, namelijk verzadigd vet en onverzadigde vet.

Zoals u net heeft kunnen lezen, kan het cholesterolgehalte in het bloed verhoogd worden door het eten van te veel verzadigd vet. Het cholesterolgehalte in het bloed wordt juist verlaagd door het gebruik van onverzadigd vet. Onverzadigde vetten zijn dus beter dan verzadigde vetten. Onverzadigd vet komt veel voor in de volgende producten: alle soorten olie (behalve palm- en kokosolie), vloeibare margarine en halvarine, smeersels voor op brood met minder dan 17 gram verzadigd vet per 100 gram, noten en vette vis. Vis bevat speciale onverzadigde vetten die erg gunstig zijn voor het cholesterolgehalte en vooral voor het hart. Het is dus goed om zoveel mogelijk onverzadigde vetten en zo weinig mogelijk verzadigde vetten te eten. In koffiebonen zit een stof die het cholesterolgehalte kan verhogen. Als u koffie zet met gebruik van een filter, blijft deze stof in het filter achter. In dit geval is er dus niets aan de hand. Echter, bij espressokoffie, Turkse koffie, kookkoffie, koffie gemaakt in een koffiekan of een kan met een doordruksysteem komt deze stof wel in de koffie terecht. Er is in deze gevallen dan geen filter om deze stof tegen te houden. Daarom is het niet verstandig om dagelijks deze methoden van koffiezetten te gebruiken. Wat betreft oploskoffie, deze beïnvloedt het cholesterolgehalte niet.

Wist u dat er in koffiecreamer veel verzadigde vetten zitten? In de huidige voeding van een volwassene komt ca. 250 mg cholesterol per dag voor. Als u een te hoog cholesterolgehalte heeft, merkt u hier niets van. Maar uiteindelijk zijn uw slagaders zo vernauwd dat de achterliggende organen te weinig of helemaal geen bloed meer krijgen. Hiervan kan een hartinfarct, beroerte of een andere vaatziekte het gevolg zijn. Gezond eten, meer bewegen, niet roken en niet drinken zijn heel belangrijk. Vaak worden medicijnen voorgeschreven, maar dat is niet de beste manier om uw cholesterol te verlagen. Een gezonde leefstijl en gezonde voeding zijn het belangrijkst.

Mijn boek over voeding en gezondheid voor Zuid-Aziaten

Een informatief boek over de dagelijkse voeding van India (Pakistan, Bangladesh, Bhutan, Sri Lanka, Malediven, Nepal) en de meest voorkomende aandoeningen zoals voedselallergieën, obesitas, hypertensie, diabetes mellitus, hypercholesterolemie, nierstoornissen en hart- en vaatziekten. (Boek is in Engels geschreven)

Sue-Shen Chen, Diëtistenpraktijk – S.A. Khan Voedings- en Dieetadviesbureau

Uitgever: Dietitian Khan BV Netherlands, 2013

ISBN 9081424904, 9789081424905

U wordt doorgestuurd naar BorcaDen Shop die uw bestelling voor ons zal verwerken.

Mijn boek over:
Voeding & Gezondheid bij Hindostanen

Gezondheid behelst niet slechts de afwezigheid van ziekte. Gezond leven is een kwestie van bewust kiezen. Onze voeding bepaalt voor een groot deel hoe wij er uitzien, hoe wij functioneren en hoe wij ons voelen. Voeding is een sleutel tot een duurzaam leven.“Wie op zijn tocht naar het bereiken en behouden van optimale gezondheid, kennis, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en wilskracht als gezellen meevoert, zal door open water op een zekere haven kunnen aankoersen”.

 

Nederlandstalig

316 pagina’s

Gewicht 1,9kg

U wordt doorgestuurd naar BorcaDen Webshop die uw bestelling voor ons zal verwerken.

Wat is Orthomoleculaire geneeskunde?

Is het iets voor mij?

Orthomoleculaire geneeskunde is een complementaire geneeswijze met een wetenschappelijke basis dat als doel heeft de gezondheid van de mens te bevorderen of te herstellen. In de orthomoleculaire behandelwijze staat het streven voorop om met de voeding zoveel mogelijk nodige en nuttige voedingsstoffen binnen te krijgen en zo weinig mogelijk schadelijke stoffen.